De 27 boleten die Cepio volgt, van uitstekend eetbaar tot giftig. Tik op een soort om de fiche te openen: seizoen, habitat, beschrijving en controlepunten.
Geen soorten in deze selectie
Verwijder een filter om ruimer te zoeken.
Bruine hoed met witte rand, dikbuikige steel met wit netje, witte poriën.
Kijk na of de poriën niet roze zijn en laat wormstekige exemplaren liggen.
Lichte, fluwelige hoed die vaak openbarst; duidelijk wit netje op de steel.
Eet hem heel vers en controleer op wormgaatjes.
Donker mahoniebruine hoed met lichte rand; stevige steel met wit netje; witte poriën.
Zoek in mossige dennenbossen; laat doorweekte exemplaren gewoon staan.
Zeer donkerbruine, matte hoed; lichte steel met wit netje; witte poriën.
Neem enkel stevige hoeden; let op bitterheid en zoek niet op te droge plekken.
Kleverige oranjegele hoed, witte ring aan de steel, altijd onder lariks.
Pluk jonge exemplaren; haal de ring weg en trek het hoedhuidje eraf.
Zeemleerbruine hoed, gele poriën, fijn geel netje, verkleurt licht blauw.
Verwerk hem snel; oudere exemplaren zitten vaak vol wormen.
Witte steel met donkere schubjes, grijsbruine hoed, witachtige poriën.
Hou enkel jonge hoeden bij en bak ze goed door.
Feloranje hoed, erg ruwe geschubde steel, bleke poriën.
Laat de taaie steel liggen en kies jonge exemplaren.
Kleine ringloze boleet, kleverige hoed, gele poriën met melkachtige druppels.
Trek het hoedhuidje eraf en snijd de oude buisjes weg.
Steel bovenaan geel, onderaan rood; verkleurt blauw; bleke hoed.
Laat hem staan: extreem bitter, koken helpt daar niets aan.
Dofgele hoed, brede hoekige poriën, geen ring aan de steel.
Neem alleen heel jonge exemplaren mee.
Roodoranje poriën, steel met rode stippen; verkleurt meteen fel blauw.
Minstens 20 minuten doorbakken; eet hem nooit rauw.
Kleverige bruine hoed; grote witte ring; gele poriën.
Haal de ring weg en trek het kleverige hoedhuidje eraf.
Matte strogele hoed; aan de steelvoet ruik je een jodiumgeur.
Culinair weinig waard; laat hem meestal gewoon staan.
Viltige olijfbruine hoed die openbarst; verkleurt nauwelijks blauw.
Kies jonge exemplaren en controleer op wormgaatjes.
Rode poriën, rood netje op de steel, rozeachtige hoed.
Nooit opeten: deze soort is giftig.
Kastanjebruine hoed; gele poriën die groenig worden; verkleurt licht blauw.
Verwar hem niet met de bittere boleet.
Bleekgrijze hoed; wortelende steelvoet; verkleurt blauw; erg bitter.
Proef je bitterheid? Gooi hem dan meteen weg.
Oranje hoed; ruwe geschubde steel; groeit onder berken.
Hou de hoeden bij; de steel is taai.
Oranjebruine hoed; ruwe geschubde steel; hoort bij de eik.
Laat vezelige stelen liggen.
Heel bleke, bijna witte hoed; ruwe geschubde steel.
Goed doorbakken; laat oude exemplaren staan.
Grof bruin netje op de steel; poriën worden roze; extreem bitter.
Proef hooguit een puntje en spuw het weer uit.
Geelbruine hoed; ruwe steel die geel verkleurt.
Goed doorbakken; neem geen oude exemplaren mee.
Witgrijze hoed; rode poriën; dikbuikige steel met rood netje.
Niet plukken: deze soort is giftig.
Heel donkere vorm van de gewone berkenboleet.
Zoals de gewone berkenboleet; kies jonge exemplaren.
Bleekgrijze hoed; gele poriën; onopvallend netje; verkleurt licht blauw.
Pluk met mate: dit is een zeldzame soort.
Zelfde soort; bleekgeel vlees; verkleurt nauwelijks blauw.
Pluk met mate; komt maar plaatselijk voor.